zondag 9 oktober 2011

Natuur voor mensen, mensen voor natuur!

Ik ben een ecoloog in hart en nieren. De natuur en alle natuurlijke processen fascineren mij mateloos. Van het kleinste insect tot de grootste boom. Het liefst wil ik zo veel mogelijk natuur in Nederland en liefst ook van een zo hoog mogelijk kwaliteit en diversiteit. Het maakt dan ook niet zo veel uit of dit stuifzand, oerbos, heide, laagveen of agrarisch cultuurlandschap is als het maar veel en groot en mooi is. Kortom van natuur krijg ik nooit genoeg!
Van mij mag je dus best een hout akker kappen om nieuwe natuur te laten ontwikkelen en ook het laten liggen van het dode hout in het bos moet van mij kunne. Maar sommige mensen zien dat anders. Voor hun is bos de ultieme uiting van natuur. Als andere het dan in hun hoofd gaan halen om bos te kappen komen ze in opstand, zeker als het hun bos is. Als dit dan ook nog eens een natuurorganisatie is als Natuurmonumenten of Staatsbosbeheer snappen ze het helemaal niet meer. Jullie heten toch NATUURmonumenten? Waarom maken jullie de natuur dan kapot?! Natuurmonumenten snapt er nu ook niets meer van. Ze hebben immer de omwonende toch uitgenodigd om op de inspraakavond te komen. Ze hebben nog wel een website gemaakte en briefjes opgehangen in het gebied met wat meer informatie over de dunnig die ze zouden gaan uitvoeren. Alle geluiden die ze uit de buurt hadden ontvangen waren positief. Waarom zijn al die mensen nu ineens tegen dan?
Je voelt natuurlijk op je klompen aan dat dit soort dingen uitlopen op conflicten en dat er een hoop emoties los gaan komen. Maar zijn er ook manieren waarop je dit soort conflicten kunt voorkomen? Om daar meer inzicht in te krijgen volg ik nu de minor People Nature interactions aan de Wageningen Universiteit. Tijdens het vak People and forest and naure conservation zijn we gaan kijken bij het project Heiderijk waar het bovenstaande voorbeeld bijna letterlijk uit is overgenomen. De actiegroep Red ons bos voert hier actie tegen het kappen van bomen voor het herontwikkeling van het aaneengesloten heidegebied tussen de steden Mook, Groesbeek , Heumen en Nijmegen. De projectgroep Heiderijk die bestaat uit een samenwerking van de Bosgroep, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en Pro Rail is in hun ogen puur uit op subsidie en houd geen rekening met de mening van omwonende. Projectgroep Heiderijk wil juist alleen maar een beter leefgebied creëren voor de zadelsprinkhaan, roodborsttapuit en de gladde slang, en ja dan moeten daar een paar bomen voor wijken maar er komt een mooi open landschap voor terug waar het minstens zo prettig recreëren is!
Knap lastig dus als je het zo bekijkt want ze hebben allebei een andere mening over wat natuur is en hoe je dat moet beheren. Maar als je goed kijkt hebben ze ook veel dingen gemeen. Achteraf had er misschien door betere communicatie een hoop ergernis voorkomen kunnen worden, misschien ook niet. Conflict zal je nooit helemaal kunnen vermijden maar door People Nature interactions heb ik in ieder geval geleerd dat je door ook te kijken naar wat mensen van je natuurgebied vinden, je op voorhand vaak veel problemen op lange termijn kunt voorkomen en soms zelfs meer betrokkenheid voor natuur kunt genereren. In Nederland geld immer: Zonder natuur geen mensen maar zonder mensen ook geen natuur!

Tekst en foto: Tim van Leeuwen

maandag 12 september 2011

In Oirconde des waarheids

Afgelopen zomer ben ik afgestudeerd aan de studie BNB met als minor Landschapsgeschiedenis. Diezelfde minor bracht mij op het punt waar ik nu sta: als student Landschapsgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Bijkomend voordeel aan een universiteit is dat je zelf je vakkenpakket mag samenstellen. Je kan je voorstellen dat ik me als een kind in een snoepwinkel voelde (ik wil nog steeds het liefst alles opeten, zonder te moeten kiezen). Naast wat reguliere vakken viel mijn oog op de cursus Paleografie, oftewel oude geschriften. Het doel van deze cursus is het kunnen lezen van dergelijke geschriften tot aan de 17e eeuw. Het leek mij donders interessant en had toen nog geen idee van het kleine stukje taalkundige hel waar ik in terecht zou komen.

Die onwetendheid verdween al snel toen ik de eerste les achter de rug had. Zo was enige vorm van spelling nog toekomstmuziek: je schrijft het woord simpelweg zoals jij vindt dat het geschreven dient te zijn. Blijkbaar was mijn te vertalen stukje tekst geschreven door iemand die het ook erg moeilijk vond om te kiezen, aangezien hij voor één woord drie verschillende schrijfwijzen had.

In die tijd was het streven zo snel mogelijk te kunnen schrijven, immers tijd is geld (ook al in de 17e eeuw). Het was dan ook niet vreemd om veel gebruik te maken van afkortingen. Gelukkig hadden ze daar wel een regel voor. Twee horizontale strepen onder een afgekort woord duidt op een afkorting. Ook hier had mijn schrijver weer een creatieve oplossing voor: laat ik de gangbare afkortingen nogmaals afkorten, dan is mijn brief sneller klaar. In die tijd waarschijnlijk een briljante zet, voor mij als vertaler wat extra grijze haren en een dik kwartier blindstaren op een woord. Je snapt dat mijn frustratie lichtelijk toenam en het woord ‘sterf’ al verscheidene malen mijn lippen was gepasseerd.

Na opnieuw wat blindstaren op een woord (ik las duidelijk ‘hologeen’ of ‘halogeen’, maar als je daarmee in die tijd aankwam werd je levend op de brandstapel gegooid), besloot ik Tim, ook wel bekend als Pluisje, te laten helpen. Hij pakte het papier en met een dyslectische kijk had hij binnen luttele seconden het antwoord: “Er staat hooge en laage.” Heh? En die L dan? Na nog eens staren had ik de boosdoener: wederom de creatieve uitspatting van de schrijver. Blijkbaar was het in die tijd erg deftig om zo veel mogelijk boogjes te maken in de tekst en één van die boogjes liep door het woord ‘hooge’ heen. Juist, snel klaar zijn door afkortingen af te korten, maar dan wel onnodig veel tijd besteden aan zinloze boogjes. Raar volkje.

Het is me inmiddels gelukt om de brief te vertalen en om maar even in de trend te blijven zal ik afsluiten zoals vroeger gebruikelijk was:
In Oirconde des waarheids en tot vestenis of deeses, heb ik deze brief opgemeld en met mijn Naamsvertekening en door het aanhangen van mijn gewoon Zegul bevestigd te Rheden op den 10 September 2011.

Was getekend,





zondag 4 september 2011

hagedissen en lieveheersbeestjes tijdens intro.

1 keer per jaar, begin september stroomt Van Hall Larenstein vol met nieuwe studenten die op introweek gaan. Dat is een mooie kans om wat te laten zien van Velp en de omgeving. Zo ook op de opleidingsgerichte dag van Bos en natuurbeheer. 4 docenten en 2 LaarX leden doen op de Posbank hun best om wat te vertellen over de omgeving. Denk aan cultuur, planten, bomen, dieren en natuurlijk een discussie over de moeilijkste vraag ooit, wat is natuur? Ik mocht die dag vertellen over mijn favoriete onderwerp, dieren. Op de Posbank komt onder andere de zandhagedis voor. Deze hagedis liet zich gelukkig zien tijdens de excursie. Er kwam vlak achter me een juveniel diertje dat nog maar net uit het ei was gekropen langsgelopen. Een geweldige kans om deze mooie, prehistorische minidinosaurusjes wat beter te bekijken.

Verder zat de heide vol met het zevenstippelig lieveheersbeestje. Deze luizeneter is gelukkig nog volop te aanschouwen in Nederland. Om gelijk wat fabeltjes uit de wereld te helpen: het aantal stippen zegt niets over de leeftijd maar over de soort en lieveheersbeestjes plassen niet als je ze vast pakt, maar scheiden een gele bittere afweerstof af. Het zevenstippelig lieveheersbeestje wordt de laatste jaren flink beconcurreerd door het veelkleurig aziatisch lieveheersbeestje. Deze diertjes zijn ooit ontsnapt uit kassen waar ze werden gebruikt voor de biologische bestrijding van luizen, maar zijn nu massaal in het wild te vinden waar ze concurreren met de inheemse soorten. Zo zie je maar, biologische bestrijding kan ook schadelijk zijn voor de natuur.

Foto's en tekst: Robin Kraaij

zaterdag 3 september 2011

Tersc-HELL-ing!!!

Mijn naam is Christiaan Hoogendoorn en ik ben gevraagd om een verslagje te schrijven over het LaarX kampje naar Terschelling.

Ik ben al best bekend met dit soort kampen vanwege mijn lidmaatschap bij de JNM(Jeugdbond voor Natuur en Milieustudie). Maar voor diegenen die dat niet zijn zal ik de scène even scheppen:
Je bent met een groep knotsgekke natuurhippies een paar dagen lang in de natuur…
Dat is het eigenlijk. Dus als je van de natuur houd, en het reguliere curriculum van school niet voldoende je honger naar kennis stilt, dan zijn laarx bezigheden ideaal. Er word alleen wel van je verwacht dat je haar minstens 20 cm lang is of dat je een patriarchaal baardje bezit :D

Nou goed. Dat terzijde.

Nadat we met een dag!!! vertraging uiteindelijk op het eiland terecht kwamen gingen we gelijk los in de duinen vlakbij de haven. Met gevaar voor eigen leven waagden we ons tussen de struiken die vol zaten met rupsen van de Bastaardsatijnvlinder. Dit abominabele rupsje bezat haren met bijtende werking. Wie niet sterk is moet slim zijn, en wie niet sterk en niet slim is moet dan maar giftig zijn. We trotseerden duizenden van deze duivels in onze zoektocht naar zeldzame en leuke plantjes. En die hebben we gevonden: Duinviool, Duinorchis, Zeealsem, Keverorchis, Harlekijn en Zeekool. Deze laatste is eigenlijk gewoon een boerenkool maar dan aan zee. Ik weet al wel waar ik mijn stamppot mee maak volgende winter…
Als bonus zagen we nog een huiskat die zilvermeeuwen aan viel. Dat was natuurlijk ook hartstikke leuk.

Daarna was het zaak om ons naar de andere kant van het eiland te verplaatsen. Met 20 kilo bagage en windkracht 7/8 tegen gaan die dingen toch niet helemaal vanzelf.
Op het kamp aangekomen trachtte men om een enigszins een eetbare maaltijd te creëren met hun meegebrachte gasstelletjes. Ikzelf was zo lomp geweest om een hele oven mee te nemen. Dus ik sloot mij op in de douche om daar een pizza op te warmen omdat alleen daar een stopcontact was. Dit alles onder het genot van een broedend scholekster paar dat ons met intimiderende dansjes en gekrijs uit de buurt probeerde te houden(hij was ook constant aan het rellen tegen zilvermeeuwen wat leuke luchtgevechten tot gevolg had).

De volgende dag begonnen we met een falende zoektocht naar een hop. Dit unieke vogeltje(zo uniek dat er een hele extra ecologische familie is bedacht alleen om hem te kunnen plaatsen) was volgens Dutch birding gezien op Terschelling in een klein drassig duinvalleitje. Maar die hebben we dus, helaas, niet gezien. Wel zagen we een torenvalk die met de meest acrobatische capriolen een stel boerenzwaluwen probeerde te vangen maar daar uiteraard in faalde, ook leuk.
Hierna knalden we door naar de East-Coast van het eiland voor de wadlooptocht. Koen, die voor de Waddenvereniging exclusieleider is, wist zeer veel te vertellen over de waddenflora en fauna. Het doel van de tocht was de oesterbank die een kilometertje of twee van de kust aflag. Onderweg vingen we het ene na de andere interessante wezentje: Pietermannen, Krabben, Zeepaddenstoel, Platvissen, Zeedruiven, Gewone garnaal, Alikruiken en Wadpieren. Vooral die platvissen vond ik grappig, die beesten hebben een scheefgegroeid oog. Dat komt doordat ze de eerste weken nog gewoon 'rechtop' zwemmen. Op een gegeven moment vallen ze om. Aangezien het niet fijn zwemmen is met 1 oog in het zand, verplaatst dat oog zich naar de zijkant.
De lunch bestond uit wilde kokkels en zeesla…

De dag daarna stond ook in het teken van wadlopen, alleen nu was niet soortenkennis aan de orde maar ging het puur om epischheid. De tocht was een pak en beet 20 km lange wandeling rond de Boschplaat. Een unieke manier om de legendarische wadplaat eens van een andere kant te zien. De uitgestrekte baggervlaktes van oernatuur met in de verte en weilanden met interessante waddenvegetaties als zeekraal en de wetenschap dat deze plek nog niet zo vaak betreden was door mensenvoeten maakte het een leuke ervaring.
Extra sfeermakers waren wel de grote hoeveelheden dode dieren. Elke twee meter stutten we wel weer op een uitgemergeld karkas. Of het nu een onthoofde zeehond was, een meeuwenskelet met half verteerde resten eraan geplakt of volledig uitgedroogde platvissen. Het deed ons denken: keken we hier naar onze toekomst? Of juist ons verleden? Welk aspect van ons sterft er in het aangezicht van ontberingen? Ons hogere zelf? Of ons ego? Betekend het sterven van het ego niet juist dat we meer in contact raken met ons hogere zelf? Bewandelde we het pad der verlichting hier en waren alle karkassen symbolen voor de uitgemergelde wezens die we waren geweest voor we eraan begonnen die nu van ons afvielen? Uiteindelijk is verlichting onmogelijk zonder de dood van vele aspecten in jezelf.

Ok nu draai ik door. Het was een leuke wandeling, dat wil ik maar zeggen…

Buiten al deze leerzame en gave activiteiten moest er tussendoor natuurlijk ook nog gereld worden. Zo hebben we met z’n allen de lokale speeltuin getrashed en hielden we speerwerp competities gehouden met hooivorken en een oude schoen als doel.
Al met al een zeer geslaagde en leerzame paar dagen.

Tekst: Christiaan Hoogendoorn
Foto: Nico Schavemaker

dinsdag 30 augustus 2011

Er was eens een bos

Nou ja.. een bos is een groot wordt. En echt nieuw was het ook al niet. Eigenlijk is the New Forest maar een misleidende naam. Het bestaat al eeuwenlang uit open heidelandschap en plukjes eikenbos. Zo’n 900 jaar geleden werd dit gebied geclaimd als jachtterrein voor king William the Conqueror. Ook wel Willem 1, zoon van Robert le Diable. (Weten we meteen waar het Franse woord voor de gehakkelde aurelia vandaan komt!) The New Forest kwam onder de ‘Forest Law’ wat betekende dat de bossen met rust gelaten moesten worden vanwege het wild. Om de bewoners iets tegemoet te komen voor het feit dat zij geen gebruik mochten maken van de bossen kregen zij het ‘common right’ om hun vee gratis in het gebied te laten grazen. Ook mochten zij strooisel verzamelen, turf steken, klei afgraven en hun varkens in de herfst de mast laten eten. In de eeuwen die volgen word het gebied gebruikt als bron van hout voor de vloot van de koning. Door de ‘Forest Law’ was het vrijwel onmogelijk om het gebied voor iets anders te gebruiken. Daardoor raakte het in verval. In de 17e eeuw kwam er pas een bos- en wildbeheer waardoor het bos verbeterde. Eind vorige eeuw is de ‘Forest Law’ afgeschaft. Vandaag de dag wordt de wildstand niet echt gereguleerd en is er een groot contrast in het landschap te zien: oude bomen en zeer kort gegraasd gras. Verjonging vindt hier weinig plaats. Er zijn ‘enclosures’ gemaakt ten behoeve van de vernieuwing van het bos. Bijzonder om te zijn zijn de natuurlijke mini’enclosures’; hulst en andere struiken die de grazers met rust laten herbergen soms een boom(pje).Op dit moment is the New Forest een toeristische trekpleister die onder andere studenten Bos en Natuurbeheer lokt. Zo ook dit jaar. Met de nieuwe lichting van de major Natuur en Techniek zijn we op pad gegaan om dit gebied onder de loep te nemen. Zoals elk jaar zijn er veel interessante dieren en planten gevonden. Beenbreek, kartelblad, moerashertshooi, adder, vinpootsalamander, keizersmantel, heideblauwtje en noem zo maar op. Wil je meer weten over onze excursies in the New Forest? Lees dan volgend jaar rond deze tijd nog eens de blog!

Tekst en foto: Annemiek Slootweg

dinsdag 23 augustus 2011

Wind in de haren en een broedende Scholekster

Een dag te laat, door de vertraging met de ns, komen we op 30 april aan op het Waddeneiland Terschelling. Onze bagage laten we achter en gaan onze eerste kennismaking tegemoet met de planten en het eiland tijdens de excursie van Tim en Robin. Veel van de flora is aangepast aan het brak- of zoutwater milieu in de kwelders, of de voedselarme duinen. Tijdens de tocht komen we zeldzame orchideeën en andere interessante planten tegen. Na de excursie stappen we op de fiets om naar de camping te rijden. De tent opzetten vergt een goed geoefende campeertechniek, want het waait ontzettend.

’s Avonds vermaken we ons met het bereiden van het diner, kijken naar de broedende Scholekster die op ons tentenveld een nest heeft gebouwd en de ANWB Natuurgids: Door het voorlezen van de beschrijving raad de rest van de groep over welk plantje of beestje het gaat.

Even een testje:
Voorjaarsgeneratie geelbruin met bruinzwarte vlekken. Zomergeneratie bruinzwart met geelwitte en rode tekening. Komt voor in grote delen van Eurazië; ook bij ons algemeen. De soort vertoont een uitgesproken seizoendimorfisme. Beide vormen laten het typische landkaartpatroon op de vleugelonderzijde zijn.

Rara, wat is het?

Of

Onopvallend bruinachtig met zwarte vlekken; samen met de vuurpadjes de kleinste van onze amfibieën. Komt voor van het Iberisch Schiereiland noordwaarts tot Zwitserland en Duitsland, ook nog juist in Nederland. Vaak in steengroeven. Overwegend ’s nachts actief; valt op door de schelle roep, die aan klokgelui doet denken. In zuidelijkere streken kan met de roep verwarren met die van dwergooruil. Opmerkelijk is de broedzorg. De eisnoeren worden niet in het water afgezet, maar door het mannetje om de achterpoten gewikkeld en meegedragen.

Weet je het al?

Bron: ANWB Natuurgids, Ursula Stichmann-Marny en Wilfried Stichmann

Bij dit spel hebben de ouderejaars een duidelijke voorsprong aan kennis op de eerstejaars. Zullen wij over een paar jaar ook zoveel dieren en planten uit ons hoofd kennen en herkennen aan een enkele beschrijving?

De volgende dag gaan we wadlopen. Onze eigen Waddengids Koen vertelt ons alles over het wad, wat er leeft in de lucht, in de bodem en in de zee, wat er eet en wie afhankelijk is van wie. Hij laat ons op zoek gaan naar Strandkrabben; hoe onderscheid men het vrouwtje van het mannetje en hoeveel geslachtsdelen hebben ze? We zien en horen niet alleen, proeven hoort er ook bij. Dapperen onder ons maken Kokkels open (simpelweg door er twee tegen elkaar te draaien) en slurpen ze naar binnen, net als een oester.
Per toeval ontdekken we een Keverslak op een gevonden Japanse oester. Robin doet de ontdekking en begint enthousiast te vertellen. Dit beestje lijkt een beetje op een in de zee levende Pissebed. Ze horen tot de primitiefste weekdieren die nu nog op aarde leven en kwamen al voor in het Ordovicium (ca. 500 - 440 miljoen jaar geleden).

Maandag is de grote dag van de gevreesde Boschplaatwandeling. Een wandeling door de duinen en het wad, langs de oostelijke kant van het eiland, die de hele dag zal duren. Alleen als je zin hebt in uitdaging mag je mee, zo luidt het advies. Met allerlei hulpmiddelen (wandel- en wadloopschoenen, regenkleding en eten voor de hele dag) beginnen we met een aantal van ons in de duinen. De anderen gaan flora en fauna kijken in de duinen. Na de duinen komen we aan bij de zee en het wad waar het enorm stuift en waait; slierten van zand halen ons steeds weer in. Een gevonden vlieger onderweg herinnert aan een warme stranddag, iets dat ver weg lijkt op dit moment. Een gevonden dode zeehond zonder kop, uitgedroogde vissen en de skeletten van vogels vertellen het verhaal van barre omstandigheden.

Moe, uitgewaaid, maar zeer voldaan komen we terug bij de tent. Een mooie afsluiting van deze ontzettend leuke en leerzame excursie!

Rosa Diemont
1e jaar Bos- en Natuurbeheer

woensdag 27 juli 2011

Nieuws uit verre streken

Nou hebben wij als Van Hall Larenstein in Velp natuurlijk een prachtig Landgoed met veel interessante planten en modeltuinen. Je zou er je hele schoolcarrière kunnen besteden aan het vergaren van kennis en nog niet alles weten over ieder plantje en diertje dat er te vinden is! Toch is het voor sommige studenten niet genoeg! Deze mensen willen meer, veel meer. Ze gaan op zoek naar uitdagingen en avonturen buiten het Landgoed. Sommige blijven netjes binnen de Nederlandse Landsgrenzen zoals vastgesteld in 1963, maar andere gaan daar ook ver over heen. En dan begint het vaak echt interessant te worden.

Neem bijvoorbeeld Appie van de Rijt. Hij studeert Tropical Forestry en is dus echt typisch een van die mensen die aan onze 17Ha nooit genoeg zal hebben. Voor zijn eerste stage besloot hij het toch wat dichter bij huis te houden, logischerwijs vertrok hij vervolgens naar Panama. Zelf geeft hij als reden voor deze onbehoorlijk verre reis, dat het hem daar wel lekker tropisch leek en dat hij had gehoord dat “het een ontzettend mooi land” zou zijn. En wat ging hij daar dan doen? Naar eigen zeggen is hij daar bezig geweest met het helpen begeleiden van alles dat komt kijken bij een Teak plantage. Van het nameten van vakken met behulp van GPS tot het bewerken van grond en verzorgen van oudere plantages, Appie heeft het allemaal gedaan! Maar natuurlijk maak je in Panama nog veel meer mee. Benieuwd? Kijk dan op de verhalensite van Tropical Forestry. Daar vind je het hele verhaal van Appie en vele andere Tropical Forestry studenten. Dan merk je gelijk dat de wereld wel wat groter is dan die krappe 17 ha.

Foto: Appie van de Rijt
Tekst: Tim van leeuwen